Alternatieve klimaattop in Colombia wil versnelde afbouw van fossiele energie. Maar zo zit de wereld niet in elkaar.
Nederland co-organiseerde eind april een alternatieve klimaattop in het Colombiaanse Santa Marta, volledig gewijd aan het uitfaseren van fossiele brandstoffen. Maar de cijfers laten zien dat een versnelde afbouw op korte termijn simpelweg niet haalbaar is.
Van 24 tot 29 april werd in de Colombiaanse kolenhavenstad Santa Marta een door Colombia en Nederland georganiseerde alternatieve, internationale klimaattop gehouden, de allereerste die geheel gewijd was aan het uitfaseren van fossiele brandstoffen. De top werd voorgezeten door de Colombiaanse minister van Milieu Irene Vѐlez Torres en de Nederlandse minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven.
Het initiatief voor de top was afkomstig van Vѐlez Torres en kwam voort uit haar onvrede over het gebrek aan wereldwijde voortgang in de afbouw van fossiele brandstoffen. Tijdens de eind vorig jaar gehouden VN-klimaatconferentie in Brazilië (de COP30) werd een verwijzing naar de fossiele afbouw uit de slotverklaring geschrapt, terwijl fossiele brandstoffen toch de oorzaak van alle klimaatellende zijn. Dat was voor haar de limiet.
Colombia en Nederland
De frustratie van Vѐlez Torres is begrijpelijk. Zij is een prominent lid van de regering van president Gustavo Petro ─ een voormalig leider van de marxistische guerrillabeweging M-19 ─ die van de uitfasering van de omvangrijke fossiele industrie in Colombia een speerpunt van zijn beleid heeft gemaakt. Zo geeft de in 2022 aangetreden regering-Petro geen licenties meer uit voor de exploratie van fossiele brandstoffen en heeft een ban uitgevaardigd op de productie van de aanzienlijke reserves aan schaliegas en schalieolie. Daarmee is de fossiele industrie in Colombia ten dode opgeschreven, wat ook Petro's bedoeling is. En wat in Colombia kan moet ook in de rest van de wereld kunnen.
De keuze van Nederland als mede-organisator van de top lag voor de hand omdat Nederland niet alleen de frustratie van Colombia deelt maar ook de motor is achter de COFFS-coalitie van landen die de wereldwijde subsidies op fossiele brandstoffen in kaart brengt. Die coalitie was een initiatief van de toenmalige Nederlandse minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten tijdens de VN-klimaatconferentie in november 2023 in Dubai (COP28). Jettens initiatief was een direct gevolg van zijn toezeggingen aan de A12-demonstranten van XR in de herfst van dat jaar. Inmiddels telt COFFS 17 landen, waaronder Colombia.
Op speciale uitnodiging van Colombia en Nederland hebben 57 gelijkgestemde landen de top in Santa Marta bijgewoond. De EU werd vertegenwoordigd door klimaatcommissaris Wopke Hoekstra, een vooral op VN-conferenties vurig pleitbezorger van de afbouw van fossiele brandstoffen. De belangrijkste kolen, gas en olie producerende landen zijn bewust buiten de deur gehouden, die zouden de sfeer maar verzieken. Het ging de organisatoren niet zozeer om bindende resoluties en een uit-onderhandelde slotverklaring, maar meer om een 'meeting of the minds', wederzijdse ondersteuning en de uitwisseling van ervaringen en kennis.
De top was, hoe kan het ook anders, een groot succes. De deelnemers roemden de openheid en onderlinge saamhorigheid, een wereld van verschil met de massale door de VN georganiseerde, jaarlijkse klimaatconferenties. Volgens minister Van Veldhoven zijn de 57 landen op het 'bospad' van het internationale klimaatoverleg definitief een nieuwe richting ingeslagen naar een volledig fossiel-vrije wereldeconomie, zo liet ze na afloop van de top weten in het tv-programma Buitenhof. NRC, de krant van progressief en weldenkend Nederland, kopte met onverholen instemming 'In Santa Marta willen zelfs olielanden met fossiel stoppen'.
Volgend jaar in Tuvalu
Aan de euforie tijdens de top werd in niet geringe mate bijgedragen door de Colombiaanse president Petro die op de tweede dag van de top, gekleed in spijkerbroek, een authentiek marxistisch betoog afstak over de verderfelijkheid van ons huidige wereldwijde economisch systeem. Volgens Petro is de klimaatcrisis een direct gevolg van een suïcidaal economisch systeem dat mensen ondergeschikt maakt aan winsten op fossiele brandstoffen. Het is hetzelfde systeem dat oorlogen aanwakkert, de ongelijkheid vergroot en de voorwaarden schept voor fascisme. Als we niet snel handelen is zelfs het einde van de mensheid nabij. Tja.
Tot de belangrijkste concrete resultaten van de top behoren de oprichting van een speciale wetenschappelijke adviesraad en de opdracht voor de vertegenwoordigers van de deelnemende landen een gedetailleerde routekaart voor de afbouw van de fossiele brandstoffen in hun land op te stellen. Het uiteindelijke verslag van de top zal door Vѐlez Torres en Van Veldhoven worden ingebracht bij de onderhandelingen tijdens de komende VN-klimaatconferentie (de COP31) in Turkije aan het eind van het jaar. Wegens doorslaand succes zal de top volgend jaar worden herhaald in de kleine eilandstaat Tuvalu met Ierland als medeorganisator. De wereld is een nieuw overlegcircuit rijker.
Waar zeurt die Santa Marta-coalitie eigenlijk over?
Het is duidelijk dat de deelnemers van de top gelouterd uit Santa Marta naar hun thuislanden zijn teruggekeerd. Maar is in Santa Marta de klimaatdiplomatie ook werkelijk een andere richting ingeslagen die de afbouw van fossiele brandstoffen metterdaad dichterbij zal brengen? De vraag stellen is hem beantwoorden.
Wat de Santa Mara-coalitie over het hoofd heeft gezien is dat de afbouw van fossiele brandstoffen al lang en breed is geregeld en wel in het in 2015 gesloten en alom bejubelde Akkoord van Parijs, weliswaar met een omweg maar niet mis te verstaan. In dat akkoord is vastgelegd dat de opwarming van de aarde beperkt moet blijven tot 'ruim onder de twee graden Celsius' en zo mogelijk tot 'anderhalve graad Celsius' ten opzichte van de opwarming voor het begin van de industriële periode. Dat kan volgens het wetenschappelijk klimaatpanel van de VN (IPCC) alleen maar door de uitstoot van CO2 als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen op termijn terug te brengen naar nul. En dat betekent uitfaseren. Dus waar zeurt die Santa Marta-coalitie eigenlijk over?
In het Akkoord van Parijs wordt het tijdpad van de CO2-reductie en dus van het uitfaseren van fossiele brandstoffen bepaald door het systeem van Nationally Determined Contributions (NDCs). Dat verplicht de deelnemende landen periodiek toezeggingen te doen over de reductie in broeikasgassen en dus over de afbouw van hun verbruik van fossiele brandstoffen. Er hoeven dus helemaal geen speciale routekaarten voor fossiele brandstoffen te worden bedacht, daar is al sinds 2015 in voorzien.
Waar de werkelijke pijn zit bij de Santa Mara-landen is niet dat de overgang naar een fossiel-vrije samenleving maar niet van de grond komt, maar dat die in hun perceptie zo tergend langzaam verloopt. Daar valt inderdaad wel wat voor te zeggen. Sinds 1992, het jaar dat de wereldleiders het klimaat als urgent mondiaal probleem bestempelden, is het wereldwijde verbruik van fossiele energie en dus de uitstoot van CO2 alleen maar toegenomen, ondanks een ambitieus mondiaal klimaatbeleid en een forse toename van fossiel-vrije energie. De verklaring van die toename is heel eenvoudig: de wereldeconomie groeit met als gevolg dat er ook meer energie verbruikt wordt en dat extra verbruik wordt niet gedekt door de extra toename van fossiel-vrije energie. Voorlopig zijn we nog niet af van fossiele energie, leuk of niet.
Verbruik van CO2-vrije en CO2-uitstotende energie
Meer specifiek: de wereldeconomie is in de eerste 25 jaar van deze eeuw met ongeveer 3,5% gegroeid. Die groei ging gepaard met een groei in het wereldwijde verbruik van primaire energie met gemiddeld bijna 2% per jaar. In 2000 bedroeg de CO2-vrije energie (waterkracht, kern, zon, wind, geothermie en moderne biomassa) rond 13% van het totale energieverbruik en de rest, 87%, bestond uit CO2-uitstotende energie (kolen, olie, gas en houtstook). Sinds 2000 is CO2-vrije energie gegroeid met gemiddeld ongeveer 3% per jaar en de laatste 5 jaar zelfs met bijna 5% per jaar, voor een belangrijk deel dankzij genereuze overheidssubsidies. Door die groei steeg het aandeel van CO2-vrije energie naar 18% in 2024 en daalde het aandeel van CO2-uitstotende energie naar 82%. Alle cijfers zijn terug te vinden op de website van Our World in Data.
Onderstaand vlakdiagram laat zien hoe het verbruik van CO2-vrije en CO2-uitstotende energie er in het verleden uitzag en wat we in de toekomst mogen verwachten. Op de verticale as staat de hoeveelheid energie in de eenheid 1000TWh (TeraWatthour) en op de horizontale as de tijd in kalenderjaren. Het oranje vlak geeft de projectie weer van de CO2-uitstotende energie vanaf 2025, het groene vlak de projectie van de CO2-vrije energie. De gestreepte vlakken geven het verloop weer van de CO2-uitstotende en CO2-vrije energie in de afgelopen 25 jaar.

CO2-uitstotende energie eindigt in 2081
Het verloop in het verleden is gebaseerd op de gegevens van Our World in Data. Voor de toekomstprojecties hebben we een groei van de primaire energie aangenomen van 2% per jaar, passend bij een groei van de wereldeconomie van rond de 3,5% per jaar, en een (optimistische) groei van de CO2-vrije energie van 5% per jaar. De CO2-uitstotende energie vormt de sluitpost, het verschil tussen de totale primaire energie en de CO2-vrije energie.
CO2-vrije energie groeit gestaag en verdringt langzamerhand de CO2-uitstotende energie maar die groei is tot 2060 onvoldoende om de groei van het primaire energieverbruik bij te houden. De CO2-uitstotende energie neemt daarom tot 2060 licht toe. In het netto-nul jaar 2050 bedraagt de CO2-uitstotende energie iets meer dan 60% van het totale energieverbruik. Vanaf 2060 wordt de definitieve neergang ingezet om te eindigen in 2081. Vanaf dat moment kan CO2-vrije energie volledig voorzien in de wereldbehoefte aan primaire energie.
'Niet alles kan en zeker niet alles tegelijk'
Aan de onvrede en irritatie van de Santa Marta-landen valt voorlopig dus niet zo veel te doen. Een versnelling van de afbouw van fossiele energie zit er op korte en middellange termijn echt niet in. Zo zit de echte wereld nu eenmaal in elkaar.
'Niet alles kan en zeker niet alles tegelijk', sprak ooit een wijze Nederlandse sociaal-democraat. Dat zouden de leden van de Santa Marta-coalitie zich moeten aantrekken voordat ze gewapend met hun nieuwe routekaarten komend najaar richting Turkije afreizen voor de 31ste VN-klimaatconferentie. Zeker Hoekstra en Van Veldhoven.