Iran maakt van gebombardeerde Karaj-brug een symbool van verzet
Na de Israëlische luchtaanvallen op Iran heeft Teheran de verwoeste Karaj-brug omgevormd tot een nationalistisch symbool. De brug verbindt de hoofdstad met regio's waar grote Azerbeidzjaanse minderheden wonen — en heeft daarmee ook strategische en politieke betekenis.
De Karaj-brug, onderdeel van de zogenoemde B1-corridor die Teheran verbindt met het noorden en noordwesten van Iran, is zwaar beschadigd geraakt bij recente Israëlische luchtaanvallen op Iraans grondgebied. De Iraanse autoriteiten hebben de brug sindsdien omgedoopt tot een symbool van nationaal verzet tegen wat Teheran omschrijft als agressie van buitenaf.
De corridor heeft niet alleen logistieke betekenis: Karaj zelf heeft een aanzienlijke Azerbeidzjaanse gemeenschap, terwijl steden verder naar het noordwesten, zoals Tabriz, overwegend Azeri zijn. Daarmee raakt de vernieling van de brug ook aan de interne politieke gevoeligheid rondom etnische minderheden in Iran.
Door de brug prominent in de staatsmedia te tonen en herstelprogramma's breed uit te meten, probeert de Iraanse regering de schade te herkaderen als bewijs van vijandelijke destructie — en de wederopbouw als bewijs van nationale veerkracht. Analisten wijzen erop dat dit past in een bredere Iraanse communicatiestrategie die er op gericht is de binnenlandse steun te consolideren na een reeks militaire confrontaties met Israël.
De aanvallen op infrastructuur zoals de Karaj-brug maken deel uit van een escalerende cyclus van wederzijdse strikes tussen Israël en Iran, die internationale zorgen heeft gewekt over verdere regionale destabilisering.