Historicus heropent debat over rol van Belgische koning in moord op Lumumba
Een nieuw boek van de Leuvense historicus Vincent Dujardin stelt dat koning Boudewijn nooit toestemming gaf voor de fysieke eliminatie van Congolese onafhankelijkheidsheld Patrice Lumumba. Daarmee laait het debat over Belgische verantwoordelijkheid opnieuw op.
De moord op Patrice Lumumba in 1961 blijft een van de meest beladen hoofdstukken uit de koloniale geschiedenis van België — en indirect ook van Nederland, dat als buurland en EU-partner nauw verbonden is met de Belgische omgang met dit verleden.
Historicus Vincent Dujardin van de Université catholique de Louvain (UCLouvain) publiceert een nieuw werk waarin hij betoogt dat koning Boudewijn nooit expliciet heeft ingestemd met de fysieke liquidatie van Lumumba, de eerste premier van de Democratische Republiek Congo en icoon van de Afrikaanse dekolonisatiebeweging. Daarmee neemt Dujardin afstand van eerdere onderzoeksconclusies die de Belgische staatsinstellingen — inclusief het koningshuis — directer betrokken achtten bij de moordaanslag.
Lumumba werd in januari 1961 geëxecuteerd, korte tijd na de Congolese onafhankelijkheid van 1960. Belgische paramilitairen waren aanwezig bij de executie. Een parlementaire onderzoekscommissie concludeerde in 2001 al dat België een "morele verantwoordelijkheid" droeg. In 2024 bood de Belgische premier officieel excuses aan.
Het boek van Dujardin wakkert opnieuw de discussie aan over de precieze reikwijdte van die verantwoordelijkheid: droeg het paleis actieve medeschuld, of handelden Belgische agenten buiten medeweten van de koning? Critici van de nieuwe these vrezen dat het narratief de institutionele verantwoordelijkheid te snel van de troon afschuift.
Het debat is ook relevant voor Nederland: beide landen delen een koloniale erfenis in Centraal-Afrika en staan voor vergelijkbare maatschappelijke discussies over erkenning, herstel en historische verantwoording.